Blootstelling

Grenswaarden voor concentratie stikstofdioxide niet overschreden

De jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) bleef in 2022 op meetlocaties onder de Europese grenswaarde van 40 µg/m3 en ook uurgemiddelde piekconcentraties van stikstofdioxide boven 200 µg/m3 komen nergens nog voor (CLO: Stikstofdioxide in lucht). Volgens modelberekeningen komen in 2022 lokaal (een klein stuk weg in Rotterdam) nog wel overschrijdingen voor (RIVM 2023RIVM, Monitoringsrapportage NSL 2023. Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. RIVM rapportnummer 2023-0394, Bilthoven (2023)). Sinds 1993 zijn de  jaargemiddelde concentraties  voor stikstofdioxide gedaald.

Geen blootstelling boven EU-grenswaarde, wel boven strengere WHO-advieswaarde

In 2021 zijn geen mensen blootgesteld aan concentraties stikstofdioxide boven de Europese grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie (40 µg/m3). In september 2021 heeft de WHO nieuwe striktere advieswaarden voor de bescherming van de volksgezondheid gepubliceerd. Voor stikstofdioxide is deze 10 µg/m3 (WHO 2021WHO, WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide, Geneve (2021)Kenniscentrum InfoMil). Uitgaande van deze nieuwe lagere WHO-advieswaarde is het geschatte aantal blootgestelden boven de advieswaarde in 2021 flink hoger: ruim 14,1 miljoen (De Smet et al. 2022De Smet, P.A.M., Geijer, M.G., Hofman, T., Huitema, M.S., Wesseling, J.P., Groot Wassink, Sanders, A.S., Monitoringsrapportage NSL 2022. Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. RIVM-rapport 2022-0142, Bilthoven (2022)).


Breed palet aan factoren bepalend voor de luchtkwaliteit

Verschillende factoren zijn van invloed op de luchtkwaliteit. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft een overzicht gemaakt van deze achterliggende factoren (zie: Overzicht oorzaken luchtkwaliteit). Daarbij gaat het om individuele factoren, waaronder leefstijl, factoren in de leef-, woon- en werkomgeving en overstijgende drijvende krachten, zoals maatschappelijke ontwikkelingen en trends. 


Gezondheidsgevolgen

Onderscheid in gezondheidseffecten door kortdurende en door langdurige blootstelling

Bij de effecten van luchtverontreiniging maken we onderscheid tussen effecten van kortdurende verhoogde blootstelling (gedurende enkele dagen tot weken) en de effecten van langdurige blootstelling (gedurende meerdere jaren). Een rapport van de Gezondheidsraad en twee rapporten van de Wereldgezondheidsorganisatie geven een uitgebreider overzicht van de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging (Gezondheidsraad 2018Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad Nr. 2018/01 (2018)WHO Europe 2013WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013)Héroux et al. 2015Héroux, M, Anderson, H. R., Atkinson, R, Brunekreef, B., Cohen, A, Forastiere, F, Hurley, F, Katsouyanni, K, Krewski, D, Krzyzanowski, M, Künzli, N, Mills, I, Querol, X, Ostro, B, Walton, H, Quantifying the health impacts of ambient air pollutants: recommendations of a WHO/Europe project. (2015)).

Nederlanders leven gemiddeld 4 maanden korter door stikstofdioxide

De effecten van verkeer op de gezondheid zijn gerelateerd aan de niveaus van stikstofdioxide (NO2) in de buitenlucht. Hoewel vrijwel overal in Nederland aan de normen voor stikstof wordt voldaan, veroorzaakt stikstofdioxide bij de huidige luchtverontreinigingsniveaus nog steeds een verkorting van de gemiddelde levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.) van ongeveer 4 maanden (Fischer et al. 2015Fischer, P.H., Marra, M., Ameling, C. B., Hoek, G, Beelen, R, de Hoogh, K, Breugelmans, O. R. P., Kruize, H., Janssen, NA. H., Houthuijs, D.J.M., Air Pollution and Mortality in Seven Million Adults: The Dutch Environmental Longitudinal Study (DUELS). (2015)). Bij langdurige blootstelling aan relatief hoge concentraties NO2 wordt onder andere een verminderde longfunctie waargenomen bij kinderen. Ook een toename van astma-aanvallen en ziekenhuisopnamen voor astma en een verhoogde gevoeligheid voor luchtweginfecties komen voor (WHO Europe 2013WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013)). Volgens de Gezondheidsraad is de relatie tussen langdurige blootstelling en de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van luchtwegklachten in kinderen en mortaliteit (waarschijnlijk) bewezen. De relatie tussen kortdurende blootstelling en nadelige effecten op de luchtwegen is volgens de Gezondheidsraad ook aangetoond, terwijl de relatie met hart- en vaatziekten minder sterk is, maar wel waarschijnlijk (Gezondheidsraad 2018Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad Nr. 2018/01 (2018)). De gezondheidseffecten treden vooral op bij hoge inspanning, tijdens periodes met hoge concentraties NO2 in de buitenlucht. Het is niet helder of NO2 zelf een effect op de gezondheid heeft of dat NOalleen een goede gidsstof is voor het door verkeersemissies gedomineerde luchtverontreinigingsmengsel. Er komt wel steeds meer wetenschappelijk bewijs dat het aannemelijk maakt dat NO2 zelf effecten op de gezondheid heeft (WHO Europe 2013WHO Europe, Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report, Bonn (2013)).

  • P.H. Fischer † (RIVM)
  • L. van Bree (PBL Planbureau voor de Leefomgeving (Planbureau voor de Leefomgeving))
  • M. Harbers, red. (RIVM)